Bekendmaking
Beleidsregels vrijlating van giften en schadevergoedingen Gemeente Leiderdorp 2026
Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Leiderdorp,
Wettelijke basis voor deze beleidsregels
- 1.
- 2.
- 3.
Het college van burgemeester en wethouders vindt het wenselijk om invulling te geven aan de beleidsvrijheid in de wetswijziging Participatiewet in Balans en wil deze beleidsregels vaststellen om te zorgen voor een zorgvuldige, uniforme en transparante uitvoering.
Vast te stellen de beleidsregels vrijlating van giften en schadevergoedingen Gemeente Leiderdorp 2026.
De aanleiding voor het vaststellen van deze beleidsregels is de inwerkingtreding van de Participatiewet in Balans per 1 januari 2026. De regels voor het vrijlaten van giften zijn gewijzigd. Op onderdelen biedt de wet beleidsvrijheid aan de gemeente. Het college vindt het belangrijk om gemaakte keuzes vast te leggen en doet dat in deze beleidsregels. De beleidsregels over schadevergoedingen zijn inhoudelijk ongewijzigd, wel zijn er tekstuele aanpassingen gedaan.
In dit hoofdstuk worden de belangrijkste begrippen die voorkomen in deze beleidsregels uitgelegd, zodat duidelijk is wat ermee wordt bedoeld. Zo staat de term ‘gemeente’ bijvoorbeeld voor het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiderdorp.
Hoofdstuk 2. Ontvangsten uit giften
Vanaf 1 januari 2026 mogen giften en kostenbesparende bijdragen tot een bepaald bedrag per jaar vrijgelaten worden. In 2026 gaat het om een bedrag van € 1.200,-. Het bedrag dat vrijgelaten mag worden noemen we de maximale vrijlating. In artikel 2.1 staat uitleg over de maximale vrijlating en de meldplicht.
De gemeente mag in individuele gevallen, als dat verantwoord is in het kader van de bijstandsverlening, hogere bedragen aan giften vrijlaten. In artikel 2.2 staan de categorieën giften die in elk geval vrijgelaten worden en dat de gemeente voor overige giften maatwerk kan toepassen.
Artikel 2.1 Algemene vrijlating van giften
- a.
- b.
Zolang het bedrag aan giften en kostenbesparende bijdragen onder de maximale vrijlating uit lid 1 blijft, hoeft de inwoner de ontvangst hiervan niet te melden. Wel wordt van de inwoner gevraagd en verwacht, om dit zelf bij te houden. Daarnaast kan aan de inwoner gevraagd worden om uit te leggen waarvoor de gift is ontvangen.
- c.
Bij ontvangst van giften en kostenbesparende bijdragen boven de maximale vrijlating geldt dat de inwoner de ontvangst moet melden op grond van de inlichtingenplicht uit artikel 17 van de Wet. Als de inwoner niet (tijdig) heeft gemeld, beoordeelt de gemeente per individuele situatie of en in hoeverre de inwoner zich bewust was van de meldplicht en hieraan heeft kunnen voldoen. Melding van een ontvangen gift wordt in ieder geval als tijdig aangemerkt wanneer deze binnen vier weken na ontvangt is doorgegeven.
- d.
Voorbeelden van giften zijn verjaardaggeld, cadeaus, boodschappen(geld) van een familielid of vriend, financiële ondersteuning van bijvoorbeeld familie of naasten, onderhandse leningen, etc. Giften kunnen in verschillende vormen worden geschonken: per bankoverschrijving, contant of in natura.
Een gift is een kostenbesparende bijdrage wanneer de gift de kosten van het levensonderhoud verlagen. Bijvoorbeeld de (rechtstreekse) betaling van de kosten van boodschappen, gas, elektriciteit, water of zorgpremie door een derde.
Artikel 2.2 Hogere vrijlating van giften in individuele gevallen
De gemeente maakt gebruik van de bevoegdheid om in individuele gevallen, als dat verantwoord is in het kader van de bijstandsverlening, hogere bedragen aan giften vrij te laten. Bij de beoordeling of giften in een individueel geval en uit het oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel s, van de Wet, beschouwt de gemeente de volgende categorieën giften in ieder geval als verantwoord:
- a)
- b)
- c)
- d)
Voor ontvangen giften boven de maximale vrijstelling beoordeeld de gemeente op basis van dit artikel of een hogere vrijlating verantwoord is. Voor giften niet opgenomen in een categorie in dit artikel, past de gemeente maatwerk toe en vindt een individuele beoordeling van de gift plaats. De gemeente past hiermee de menselijk maat toe, zoals beoogd vanuit de Participatiewet in Balans.
Voor alle giften die vanuit het oogpunt van bijstandsverlening als verantwoord worden beschouwd geldt dat deze niet worden verrekend met de uitkering.
Voor alle giften die niet als verantwoord worden beschouwd vanuit het oogpunt van bijstandsverlening bepaalt de gemeente of de bedragen worden aangemerkt als inkomen of vermogen. Bedragen die worden aangemerkt als inkomen worden verrekend met de uitkering. Is het bedrag zo hoog dat het niet helemaal verrekend kan worden met de maanduitkering, dan wordt de rest van het bedrag tot het vermogen gerekend. Als beide opties niet mogelijk zijn, dan volgt een terugvordering.
Onderdeel b: Dit zijn bijvoorbeeld giften vanuit de Voedselbank, Kledingbank, Stichting Urgente Noden, Stichting Leergeld, Jeugdfonds Sport en Cultuur en het Volwassenenfonds. Voorbeelden van verstrekkingen vanuit de gemeente zijn het maatwerkbudget, burgerberaad, Sleutelpas, enzovoort.
Onderdeel c: Giften die worden verstrekt en ingezet voor medisch noodzakelijke kosten worden vrijgelaten. Het gaat om kosten die niet worden vergoed, bijvoorbeeld vanuit de zorgverzekering, de bijzondere bijstand, een WMO voorziening of op andere wijze.
Hoofdstuk 3. Schadevergoedingen
De gemeente mag in individuele gevallen, als dat verantwoord is in het kader van de bijstandsverlening, materiële en immateriële schadevergoedingen vrijlaten. Dat is vastgelegd in artikel 31, tweede lid, onderdeel l van de wet. In dit hoofdstuk staat uitgelegd welke schadevergoedingen worden vrijgelaten.
Artikel 3.1 Materiële schadevergoedingen
- a)
- b)
- c)
- d)
Materiële schadevergoeding is een vergoeding voor schade die in geld is uit te drukken. Het is een vergoeding voor schade of verlies van iets dat de inwoner al had. Het kunnen al gemaakte kosten zijn, zoals bijvoorbeeld brandschade of een kapotte auto. Of kosten die nog gemaakt moeten worden, zoals bijvoorbeeld kosten voor fysiotherapie.
Een schadevergoeding die is bedoeld ter compensatie van verlies van inkomsten uit arbeid wordt aangemerkt als inkomen, omdat deze vergoeding het karakter heeft van vervanging van loon. Als de schadevergoeding betrekking heeft op een bepaalde periode, wordt zij toegerekend aan die periode. Wanneer dit niet duidelijk is, beoordeelt de gemeente op basis van de beschikbare gegevens op welke periode de vergoeding redelijkerwijs betrekking heeft.
Voorbeeld: Bij tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid als gevolg van een ongeval kan iemand zijn baan verliezen, wat kan leiden tot (gedeeltelijk) inkomensverlies. De toekenning van een schadevergoeding voor het verlies van inkomen kan lang duren. De vergoeding heeft dan betrekking hebben op een periode uit het verleden.
Artikel 3.2 Immateriële schadevergoedingen
- a)
- b)
De rechter of schadeverzekeraar kan een vergoeding toekennen voor geleden emotionele/immateriële schade. Zo’n vergoeding wordt ook wel smartengeld genoemd. Het is vooral bedoeld als vergoeding voor ondervonden leed of genoegdoening.
Omdat immateriële schade persoonlijk is, beoordeelt de gemeente per individueel geval of en in hoeverre vrijlating van de schadevergoeding uit een oogpunt van bijstandsverlening verantwoord is. Daarbij wordt rekening gehouden met de omstandigheden van de inwoner en het doel van de vergoeding.